1 jaar KOO

’We gaan vooruit en doen ons best om voorop te lopen in de nieuwe ontwikkelingen.’

08.03.2019|Lisa van der Zwan

Op zaterdag 9 maart jongstleden is het precies een jaar geleden dat Koorenhuis KOO werd. Directeur Gertjan Bots en Bert Klerk, voorzitter van de Raad van Toezicht, blikken terug op het afgelopen jaar en bekijken samen de toekomst van KOO.

Merk je nu na 1 jaar KOO dat de nieuwe naam minder verwarring oplevert?

Gertjan Bots: ‘’Volmondig ja! De scholen zijn de belangrijkste doelgroep en zij weten nu dat wij een nieuwe naam hebben en in de stad worden we niet meer verward met het gebouw Koorenhuis. Waar we nog wel verwarring over hebben zijn de taken van CultuurSchakel en de taken van KOO, maar dit heeft niets te maken met onze naam. De naamsverwarring zat hem met name in dat Koorenhuis heel erg geassocieerd werd met een gebouw en wat het vroeger was. Mensen kennen ons nu alleen nog maar als KOO en zo nu en dan krijgen we vragen als; ‘’oh, waren jullie vroeger Koorenhuis?’. Dit zijn de reacties die wij nodig hebben en dat duurt natuurlijk een tijdje, maar we zijn heel goed op weg.’’

Links: Bert Klerk. Rechts: Gertjan Bots

Van toen naar nu

Gertjan Bots: ‘’Terwijl wij ons aan het vestigen en groeien waren, hielden wij ons vooral heel bewust bezig met de vragen: waar zijn wij nou voor in deze samenleving? Wat kunnen wij goed en hoe positioneren wij onszelf? Langzamerhand begonnen we ook steeds meer last van die naam (Koorenhuis) te hebben en vooral de sfeer die daar omheen hing. Toen is het proces eigenlijk begonnen; de Raad van Toezicht had mij gevraagd om eens na te denken over het toekomstbeeld van Koorenhuis na 2025 en mezelf af te vragen waar deze organisatie naar toe moet gaan. Ik wilde toen toch wel serieus nadenken over een nieuwe naam. In februari 2016 is alles gaan rollen.’’

‘’KOO organiseert professioneel kunstonderwijs, juist daar waar dat niet vanzelf gaat.’’

Waarom nou juist daar waar het niet vanzelf gaat?

Gertjan Bots: ‘’Wij krijgen subsidie van de Gemeente, dat is dus gemeenschapsgeld. Wij moeten dit zorgvuldig besteden en ervoor zorgen dat het op de juiste plek terecht komt en dat is dus juist bij de mensen die niet vanzelf dergelijke dingen gaan doen. Mensen die voldoende geld hebben kunnen hun eigen kunstonderwijs organiseren, bijvoorbeeld ook bij de muziekscholen en dansscholen die geen subsidie krijgen.

Bij scholen is het net een ander verhaal, daar gaat het niet vanzelf. Scholen zitten ingewikkelder in elkaar. Die hebben een hele andere organisatie, structuur en een andere manier waarop de kinderen door hun lessen en leerjaren heen moeten. Als kunstonderwijs kom je daar dwars doorheen als je niet uitkijkt, dus dat moet je goed organiseren. Je hebt daar een kunstorganisatie voor nodig, anders lukt dat niet. In ieder geval niet met voldoende kwaliteit.’’

Wat heeft KOO het afgelopen jaar bereikt?

Bert Klerk: ‘’ Er zijn een paar dingen bij KOO die gewoon altijd doorgaan, bijvoorbeeld de lange leerlijnen op scholen. Of je nou Koorenhuis, KOO of Pietje heet, dat maakt niet uit. Ik denk dat KOO enorm helpt bij het organiseren van projecten die niet zo heel erg vanzelfsprekend zijn, bijvoorbeeld binnen de zorginstellingen. Ook doet KOO projecten die op de grens zitten tussen wat je gesubsidieerd krijgt en wat je bij wijze van spreken commercieel zou kunnen doen. Ik heb de indruk dat de naam helpt bij dat soort dingen van de grond krijgen. Dat heeft twee kanten, de ene is dat de mensen in de eigen organisatie zich volgens mij enorm gestimuleerd voelen om dat soort dingen veel meer te gaan doen. Daarmee is die naamsverandering veel meer dan alleen een naamsverandering, eigenlijk ook een identiteitsverandering. En bij een andere identiteit horen vaak ook andere producten. Aan de andere kant denk ik dat je in de buitenwereld op basis van een nieuwe naam ook de kans krijgt nieuwe producten te pluggen.

Wat ik zelf echt een hele goede toevoeging vind in de missie van KOO; kunstonderwijs op plekken waar dat niet vanzelf gaat. Deze toevoeging heeft twee betekenissen; de delen van de Haagse samenleving die niet vanzelfsprekend toegang hebben tot kunst of kunstonderwijs. En de delen in de samenleving die kwetsbaar zijn, oud zijn, dementerend zijn en/of hulpbehoevend zijn. KOO helpt dan om op een andere manier toch producten aan te bieden. Ik heb de indruk dat we daar in het afgelopen jaar enorm mee opgeschoten zijn.’’

We zijn nu 1 jaar verder, hoe zie je KOO over 5 jaar?

Gertjan Bots: ’’Ik denk dat we dan nog steeds projecten in het sociaal domein doen en dat we nog steeds focussen op professioneel kunstonderwijs. Volgens mij gaat het onderwijs heel erg veranderen. Aan alle kanten voel ik dat het onderwijs een enorme vernieuwingsslag gaat maken. Ik vind dat wij daar op in moet haken en ik denk dat wij dat ook zeker kunnen.

Wij zijn al bezig met ’SmartLab’: een nieuw project waarin we het kunstonderwijs niet meer langs de standaard disciplines laten lopen. We gaan een leerlijn muziek en een leerlijn theater niet zomaar combineren, maar we gaan het kantelen. Hierbij sluiten we aan op de competenties die de kinderen later in hun volgende opleiding of in de praktijk van het werk nodig hebben.

Er worden links gelegd met wiskunde, rekenen en techniek, maar we blijven nog steeds wel een kunstonderwijsorganisatie. We blijven werken vanuit de kern van de kunst zelf, alleen gaan wij het anders neerzetten binnen de school. De eerste scholen zijn gepolst en enthousiast. Er is geld voor en je merkt dat daar de beweging gaat beginnen. We gaan vooruit en doen ons best om voorop te lopen in de nieuwe ontwikkelingen.’’